Selma

Hoi,

Op de middelbare school had ik een vriendin, die eruit zag als een jongen. Als iemand uit de Turkse gemeenschap zag dat ik met haar samenliep, belden ze mijn ouders op. Mijn vader vroeg mij dan ’s avonds: ‘Ik weet dat jij niet zo bent, maar er zijn mensen die kijken. Zij denken dat jij met een jongen loopt. Wil je de volgende keer beter opletten?’

Mijn vader heeft altijd achter me gestaan. Hij vond dat ik op mijn eigen benen moest kunnen staan. Dat ik niet afhankelijk mocht worden van een man. Ik denk dat een vader erg belangrijk is voor een dochter. Het bepaalt hoe zij later naar mannen kijkt.

We waren het eerste Turkse gezin in Koudekerk aan den Rijn. Mijn vader was al in Nederland, en mijn jonge moeder is hem met mij op haar armen, achterna gereisd. Mijn schooltijd was niet prettig. Ik werd gepest omdat ik anders was. Iedereen zag eruit als barbies. Blonde haren en van die Converse schoenen. Maar ik kwam niet op school om mezelf te showen, ik kwam om te leren. Ik moest ruim tien kilometer naar de middelbare school fietsen. In mijn herinnering altijd met tegenwind.

De mensen die mij tegenwerkten hebben me eigenlijk geholpen. Ik werd er nog meer vastberaden van. Ik haalde mijn mavo en, tegen het advies van mijn decaan in, ging ik door naar de havo. Zij zei: ‘Mavo is het hoogst haalbare wat jij kan.’ En ik dacht, met het advies van mijn vader in mijn hoofd: ‘Daar geloof ik niks van. Ik wil gaan studeren.’

Ik was zestien jaar, kwam uit school en toen vroeg mijn moeder: ‘Kom eens even bij me zitten. Iemand vindt je leuk en wil jouw hand vragen.’ De jongen waar het om ging was de zoon van mijn vaders collega. Mijn ouders vroegen mijn mening, ik ben niet uitgehuwelijkt. Ik had er een goed gevoel bij. Uiteindelijk ben ik op mijn zeventiende verloofd en op mijn negentiende getrouwd. Ik ben twee jaar verloofd geweest, wat lang was want normaliter trouwde je een paar maanden later. Mijn vader wilde dat ik eerst mijn school afmaakte.

Daarna ging ik naar Delft, om samen te wonen met een man die ik amper kende. Het heeft goed uitgepakt, ik ben nog steeds met mijn man samen, maar achteraf gezien had ik liever bewuster mijn keuzes gemaakt. Ik had willen studeren. In de Turkse gemeenschap werd verwacht dat je jong trouwt en daarna zwanger raakt. Op mijn 22e kreeg ik mijn eerste kind. Twee jaar later mijn tweede.

Ik raakte in die periode in een identiteitscrisis. Ik zat letterlijk tussen twee werelden in. Ik leefde teveel in een harnas van verwachtingen van mijn omgeving. De familie van mijn man was anders dan mijn familie. Ik heb vaak gedaan wat anderen van mij verwachtte, omdat ik dacht dat het zo hoorde.

Toen ik dertig jaar was, ging ik doen wat ik altijd al wilde: een hbo-opleiding maatschappelijk werk. Ik werd begeleid door een stagebegeleider, die een keer ‘onopvallend’ checkte of ik wel een adres op een envelop kon schrijven. Weer dat vooroordeel, weer dat anders zijn. Ik werd daar boos van en heb haar dat ook gezegd. Ik durfde vanaf die tijd meer te laten zien hoe dingen voor mij voelde.

Geloof in jezelf en zeg wat je voelt. Dat is wat mij verder heeft gebracht, ook al vond ik dat soms eng. Ik heb ook gedacht dat ik dingen niet kon, omdat me dat werd aangepraat. Maar niemand is beter dan de ander. Iedereen is gelijk. Ik benoem wat ik zie en voel het aan als ik wat moet doen.

Ik heb een glazen wand ervaren tussen de twee gemeenschappen in. De spelregels van mijn eigen gemeenschap en die daarbuiten ken ik inmiddels goed. Met die kennis wil ik de weg plaveien voor de volgende generatie. Die weg plavei ik door het werk dat ik doe. En ik probeer het ook zoveel mogelijk naast mijn werk te doen.

Vroeger deed ik dat eigenlijk al. Als klein meisje las ik voor uit de Tina aan mijn nichtjes en vriendinnen in Turkije, als ik daar op vakantie was. Ik wilde ze een andere wereld laten zien, hoe het ook kan. Dat vrouwen en mannen gelijk zijn bijvoorbeeld. Ik denk dat ik toen ook al een wegwijzer wilde zijn.

Mijn gevoel wijst me de weg. Bij moeilijke beslissingen leg ik mijn hand op mijn buik en vraag mezelf af: ‘Wil ik dit? Voel ik dit? Is het okay of niet?’ Dan luister ik naar mijn interne stem die antwoord geeft. Leef je eigen leven. Leef niet het leven dat verwacht wordt door een ander. Die ander kan niet voor jou voelen of denken. Dat geef ik mee aan mijn kinderen en hierbij ook graag aan volgende generaties.

Liefs,
Selma

Wil jij ook jouw verhaal delen? Klik hier!