Juliana van Stolberg (1506-1580)

Brief van Juliana aan haar zoon Willem,
Dillenburg, 16 juni 1573

Hooggeboren prins, vriendelijke innig geliefde heer, uwe hoogheid,

Wees te allen tijde verzekerd van mijn vriendelijke groet en alles wat ik uit moederlijke trouw aan liefderijks en goeds kan doen. Mijn innig geliefde heer, met hoeveel vreugde heb ik uw brief aan mij ontvangen, het handschrift van mijn innig geliefde heer gezien, en ook daaruit uw welzijn begrepen. De Almachtige wil u, mijn heer, met al de uwen tot in de eeuwigheid beschermen, en in de grote zaak bijstaan, want Hem is alle genade in de hemel en op aarde gegeven. Ach! Hoe bewijst Hij keer op keer Zijn almacht en kracht, bij uwe hoogheid en ons allen. De lieve God wil ons zijn Heilige Geest meedelen, zodat we het kunnen erkennen, om Hem te allen tijde hartelijk daarvoor te danken, en al onze troost en hoop op Hem vestigen. En zelfs als het ernaar uitziet dat Hij ons helemaal is vergeten, zal Hij toch op het juiste moment Zijn hulp bieden. Want wie zijn hoop en vertrouwen in Hem stelt, zal nooit verlaten worden, tot in de eeuwigheid.


Mijn innig geliefde heer, ik smeek de Almachtige God ook de goede lieden te Haarlem te troosten, ze van alle vijanden te verlossen, en uwe hoogheid genade en middelen te schenken zodat u hen tot troost kunt zijn en hulp kunt bieden. En dat Hij de zaken zo stuurt dat ze tot de zaligheid van uw ziel en de bevordering van Zijn Woord leiden.


Innig geliefde heer, ik wil u met mijn schrijven niet langer ophouden. Mijn moederlijke hart is altijd bij uwe hoogheid. God weet dat ik u, mijn heer, alle trouw betuig, ik zal daartoe geen enkele moeite sparen.


Ik beveel mij altijd aan mijn geliefde heer aan en bid de Almachtige om u altijd in goddelijke bewaring te houden en te behoeden voor al het ongeluk. Dillenburg, de 16de juni 1573


Uw trouwe moeder te allen tijde,


Juliana van Stolberg

Je kunt hier het digitale origineel van deze brief bekijken.

Het verhaal van Juliana van Stolberg

11 jaar is hij nog maar, als Juliana haar zoon Willem naar Brussel moet laten gaan. Naar het katholieke hof van Karel V en dat terwijl ze overtuigd luthers is. Het doet haar pijn. Maar weigeren is geen optie, alleen dan krijgt Willem de titel Prins van Oranje. En dat zal de familie meer geld en vooral aanzien opleveren en een betere toekomst voor haar andere kinderen.

Juliana stemt dus in. Maar het loopt allemaal anders dan gedacht. In plaats van een comfortabel leven te leiden als hoge edelman gelijk aan koningen, groeit haar zoon uit tot de leider van de Opstand tegen het machtige Spaanse rijk. Dit heeft grote gevolgen voor haar en de rest van de familie. Al het familiekapitaal wordt in de Opstand geïnvesteerd en Juliana verliest drie van haar zoons op het slagveld. Willem moet constant bewaakt worden en vrezen voor zijn leven.

Met haar brieven probeert Juliana haar zoon te steunen. Zelf vindt zij troost in het geloof en diepreligieus als zij is, bidt zij dag en nacht voor haar familie. Als zij oud is, woont zij bij haar zoon Jan samen met de kinderen van Willem van Oranje op kasteel Dillenburg. Vlak voor haar dood schrijft Willem zijn moeder nog dat hij haar spoedig hoopt te zien. Dit zal niet lukken en het is maar de vraag of zij de brief op tijd heeft gekregen.

Juliana is de geschiedenis ingegaan als de stammoeder van de Oranjes, de moeder des moeders. Een eervolle titel, maar een waarvoor ze een hoge prijs voor heeft moeten betalen.

Meer lezen over het leven van Juliana van Stolberg

Disclaimer: om de leesbaarheid van deze zestiende-eeuwse brieven te bevorderen, is op sommige plekken gekozen de zinsstructuur en het taalgebruik aan te passen.

© Beeld:  Anoniem, Portret van Juliana van Stolberg, 18de-eeuws, olie op paneel, Museum Prinsenhof Delft