Maria van Hongarije (1505-1558)

Brief van Maria van Hongarije aan Willem
Brussel, 1 juni 1552

Mijn neef,
ik heb uw brieven ontvangen, geschreven te Thorn op de een na laatste dag van deze maand. Om deze te beantwoorden, heb ik snel iemand gestuurd naar de commissarissen in het kamp om de teksten van de eed die de andere regimenten hebben afgelegd te verkrijgen. In afwachting van deze teksten hoeft het monsteren van de officieren geen extra tijd te kosten, aangezien er meerdere officieren zijn bij andere regimenten die er genoegen mee hebben genomen om de eed af te leggen met de oude tekst. Wat de moeilijkheden betreft die u zegt te ervaren met betrekking tot de betaling van de hoge officieren die zich bij de commissarissen bevinden, zou ik het bij de eerste genoemde betaling houden, in overeenstemming met wat de kolonels krijgen. Wat de bezoldiging van de soldaten betreft, waarover de soldaten, zoals uit uw brieven blijkt, ontevreden zijn, wil ik u attenderen op het feit dat nooit eerder in dit land een zo’n voordelige soldij aan soldaten is gegeven, zeker met de toelage die ik daarna nog heb toegezegd. En dat alle andere regimenten met de beste mannen, zo goed dat men zich geen betere zou kunnen voorstellen, genoegen nemen met deze soldij, die zo hoog is dat het niet mooier kan. En dat ik absoluut niet van plan ben om het besluit te veranderen dat ik heb genomen voor heel ons kamp, vanwege een paar krijgslieden die zich beter vinden dan anderen.

Hiermee beslis ik en gebied ik u om korte metten te maken met al die mensen die u hier over aanspreken. Hoe eerder u dit zult doen, des te minder gedoe u er later mee zult hebben. En als daar mensen tussen zitten die zich niet redelijk willen opstellen, zoals die van andere regimenten, ontsla ze dan, welke rang zij ook hebben. Daardoor heeft u, met de eerdergenoemde toelage, de middelen om de mensen die wel van grotere dienst zijn te behouden, met nog een extraatje. Voer de monstering zo snel mogelijk uit zodat we binnenkort van uw regiment gebruik kunnen maken, en zeg tegen uw luitenant dat hij hiermee aan de slag gaat met de kapiteins en belangrijkste officieren, zodat ze net als de anderen in het gareel worden gebracht, zoals de luitenant in kwestie mij beloofd heeft. Zodat de troepen die hij werft zonder enige twijfel dienstbaar zullen zijn en genoegen zullen nemen met dezelfde betaling als de anderen.

Dit is wat ik u absoluut heb willen schrijven, omdat ik uit het verleden weet welke vertragingen voort kunnen komen uit zulke conflicten met de soldaten.

Tot dan, mijn neef, etc. Te Brussel, de eerste van juni 1552.

Je kunt hier het digitale origineel van deze brief bekijken.

Het verhaal van Maria van Hongarije

Als de piepjonge Willem van Oranje in Brussel aankomt, staat daar een krachtige vrouw aan het roer: Maria van Hongarije. Een vastberaden vrouw die goed is in haar politieke rol en er niet voor terugdeinst in een leren rijbroek op het slagveld haar troepen aan te moedigen. Zij is de beste mentor die de jonge prins zich kan wensen.

Die krachtige vrouw is Maria geworden door wat ze in haar eigen jongvolwassen jaren meemaakt. Op haar negentiende – pasgetrouwd en koningin van Hongarije – weet ze ter nauwer nood te ontsnappen aan de Ottomanen die Hongarije zijn binnengevallen en haar man hebben vermoord. Met een helse tocht op een ezel weet ze via de bergen Oostenrijk en uiteindelijk haar familie in Wenen te bereiken.

In 1531 wordt zij landvoogdes van de Nederlanden. Met haar standvastige karakter weet Maria zich goed staande te houden in een mannenwereld. Door haar passie voor jagen is Maria ook in militaire zaken zeer bedreven en stuurt zij – uitzonderlijk voor die tijd – haar eigen leger aan. Het talent van Willem valt haar op. Als mentor en moederfiguur leert ze de jonge Willem over politiek, diplomatie, oorlog en staatszaken en zodra hij volwassen is neemt ze hem in dienst van haar leger.

Meer lezen over het leven van Maria van Hongarije

Disclaimer: om de leesbaarheid van deze zestiende-eeuwse brieven te bevorderen, is op sommige plekken gekozen de zinsstructuur en het taalgebruik aan te passen.

© Beeld: Jan Punt, Portret van Maria van Hongarije, 18de eeuw, gravure, Museum Prinsenhof Delft