Margaretha van Parma (1522-1586)

Margaretha van Parma aan Willem van Oranje
Brussel, 26 september 1566

Mijn goede neef,

De hertog Erik van Brunswijk, als heer van Woerden, liet me horen in welke grote wanorde de magistraat, het volk en de pastoor zijn gestort. Dit, met betrekking tot de godsdienst, en uit angst voor een oproer en ongemak, heeft me doen vragen om driehonderd soldaten te werven in Overijsel en Gelderland voor de bewaking van de steden en het kasteel van Woerden. Daarover zijn we overeengekomen dat deze plaatsen goed moeten worden bewaakt, vooral het kasteel, vanwege het ongemak dat zouden kunnen ontstaan, en dat tweehonderd voetsoldaten goed hiervoor zullen voldoen. Ik ben blij dat Erik van Brunswijk ze onder de wapenen heeft gebracht en ik wilde u hiervan op de hoogte brengen als iets dat betrekking heeft op uw bestuur, en ook zodat u werkelijk weet wat op deze plaats gebeurt, mocht u er een ander gerucht over horen.


Bovendien is na een vraag van de mensen uit de stad Gouda, toestemming aan hen gegeven om driehonderd mannen onder de wapenen te brengen voor de bewaking en veiligheid van deze stad, vanuit de overweging dat ze daar een deel van de charters van de koning in de toren bewaren. Dat wilde ik je ook graag laten horen. Dit gezegd hebbende, mijn goede neef, bid ik de Schepper om u onder zijn allerheiligste bescherming te houden.


Vanuit Brussel op 26 september 1566.


Uw goede nicht,


MARGARITA.

Je kunt hier het digitale origineel van deze brief bekijken

Het verhaal van Margaretha van Parma

Als landvoogdes van de Nederlanden staat Margaretha tussen twee vuren: met aan de ene kant haar broer de Spaanse koning die het katholieke geloof wil beschermen en aan de andere kant de Nederlandse edelen, met Willem van Oranje voorop, die godsdienstvrijheid willen. Zij voorziet dat de strenge maatregelen die Spanje wil opleggen, zullen uitmonden in ellende, maar er wordt niet naar haar geluisterd.

Margaretha is een nog onervaren bestuurder als ze in 1559 door haar halfbroer Filips II, benoemd wordt tot landvoogdes van de Nederlanden. Bovendien geeft hij haar geen volledig mandaat: Margaretha mag geen besluiten nemen zonder ruggenspraak met Spanje. In de praktijk leidt dat tot een onmogelijke situatie. Margaretha probeert met een diplomatiek beleid de verhoudingen met de edelen goed te houden en geweld te voorkomen.

In 1566 laat ook de bevolking van zich horen en breekt de beeldenstorm uit, overal in de Nederlanden katholieke kerken en kloosters worden vernield. Filips II besluit de Hertog van Alva naar Nederland te sturen om de opstand neer te slaan. Margaretha voelt zich gepasseerd en dient – uit protest voor Alva’s schrikbewind – haar ontslag in. Willem van Oranje zelf weet maar net op tijd te ontsnappen naar Duitsland.

Margaretha staat te boek als besluiteloos, een eigenschap dat vaak onterecht aan historische vrouwen wordt toebedeeld. Maar binnen de mogelijkheden van haar rol heeft zij geprobeerd oorlog en bloedvergieten te voorkomen. Heeft zij dat oordeel gekregen vanwege het feit dat zij vrouw is? Godsdiensttwisten hebben nog ruim een eeuw Europa verdeeld. Zij verdient dan ook meer lof voor haar handelen in een haast onhoudbare positie..

Meer lezen over het leven van Margaretha

Disclaimer: om de leesbaarheid van deze zestiende-eeuwse brieven te bevorderen, is op sommige plekken gekozen de zinsstructuur en het taalgebruik aan te passen.

© Beeld: Atelier van Adriaen Thomasz. Key, Portret van Margaretha van Parma, na 1562, olie op paneel, Museum Prinsenhof Delft