Janelle Moerman

Delft ligt mij na aan het hart. Ik ben in deze stad geboren en heb er mijn middelbareschooltijd doorgebracht. Een belangrijke en bepalende tijd, waarin je van kind tot volwassene opgroeit. Toen ik in Delft kon gaan werken als museumdirecteur, had dat voor mij een bijzondere betekenis nadat ik jarenlang elders had gewerkt. Een soort thuiskomen.

Ik heb ambitie en leg de lat graag hoog, dat heeft waarschijnlijk toch iets met een calvinistische inborst te maken. En met de wens om waarde te willen toevoegen aan de samenleving. Ik geloof erin dat gezonde ambitie goed is voor mensen en voor de stad. Succes werkt enthousiasmerend en inspirerend. In een snel veranderende samenleving is het noodzakelijk om met ons museum te blijven inspelen op dat wat er nodig is, alleen zo houden we verbinding met de stad en de maatschappij.

Ik ben in een heel fijn en warm onderwijzersgezin opgegroeid. Als kind werden mijn broer en ik op dezelfde wijze door onze ouders gestimuleerd om te ontdekken wie wij wilden zijn. Er was veel ruimte en vertrouwen en er was betrokkenheid bij de omgeving en de wereld. We voerden aan tafel gesprekken over het nieuws, de politiek en de grote en kleine kwesties in het leven. Waarschijnlijk is daar ook mijn liefde voor de journalistiek, geschiedenis en kunst ontstaan. Als kind namen mijn ouders ons mee naar musea maar ook naar het Delftse stadsarchief, waar mijn vader onderzoek deed.

Na mijn studie geschiedenis in Leiden heb ik jarenlang in de journalistiek voor de publieke omroep gewerkt. Daar heb ik geleerd hoe groot de kracht van het vertellen van verhalen is. In het museum gaan we nu op zoek naar historische en nieuwe verhalen van (Delftse) vrouwen. Verhalen van vrouwen zijn te lang onderbelicht gebleven. Doordat we nu hedendaagse verhalen verzamelen, kunnen toekomstige generaties lezen en ervaren hoe vrouwen in onze tijd in Delft hun leven vormgeven en wat zij van belang vinden.
Ik geloof erg in de waarde van kunst, cultuur en geschiedenis en dat juist de verhalen daarover verbindend kunnen werken. Ieder mens heeft de geschiedenis nodig om te weten waar je vandaan komt, het hier en nu te begrijpen en om vooruit te kijken.

Het is ongelooflijk om je te realiseren dat het nog maar 50 jaar geleden is dat vrouwen die bijvoorbeeld in het onderwijs werkten op hun huwelijksdag hun ontslagbrief ontvingen. Mijn moeder was één van hen. Het schoolbestuur – dat alleen uit oudere heren bestond – vond dat een getrouwde vrouw ‘niet hoorde te werken’. Zij werd na drie weken gebeld of zij alsjeblieft wilde invallen. Dat mocht dan weer wel.

De positie van vrouwen in onze maatschappij is gelukkig de afgelopen decennia steviger geworden. Er is meer balans tussen vrouwen en mannen. Zo werken er meer vrouwen in leidinggevende functies, ook in de cultuursector. Maar het kan altijd beter. Er is nog te veel kansenongelijkheid.

Aan jonge meisjes en vrouwen van nu zou ik willen meegeven ‘Durf te doen en heb lef’. Probeer kansen te grijpen, wees nieuwsgierig en neem verantwoordelijkheid. Dat geef ik ook thuis mee aan mijn zonen. Wissel werk- en levenservaringen uit, blijf leren en volg jouw passie! Zoek niet eindeloos naar zekerheden maar kies en volg het pad dat bij jou past en maak gebruik van de kennis en ervaringen van anderen. Ik heb vaak aan collega’s gevraagd of ik bij hen ‘in de keuken’ mocht kijken. Vrijwel iedereen stemde daarmee in; van collega-museumdirecteur, radioverslaggever tot CEO. Mensen vinden het meestal leuk om over hun werk te vertellen en het is ontzettend leerzaam.