Edith Bijleveld-van der Hoeven – 73 jaar

De geschiedenis voor mijn geboorte is bepalend. Mijn vader en moeder  leerden elkaar kennen bij de PTT. Ze zijn hun hele leven verliefd gebleven.  Mijn grootvader was joods en ze mochten pas na de oorlog in 1945 trouwen. Veel familieleden waren gedeporteerd en kwamen niet terug. Een nichtje van mijn moeder  overleefde Auschwitz, omdat ze in Barak 10 zat, de barak waar dr. Mengele zijn proeven uitvoerde. In de 2e Jan van der Heijdenstraat in Amsterdam werd in 1946 mijn zusje geboren en ik volgde in juli 1948. We groeiden op in een gezellig gezin.

Na de MMS, met 5 negens af te sluiten. Gebruikte ik de zomervakantie gebruikte ik om de vakken economie, handelsrekenen op het niveau van HBS-A te krijgen.  Dat lukte en ik ging naar een nieuwe opleiding, een Economische Opleiding voor Praktijk en Bedrijfsleven, de latere HEAO. De docenten adviseerden me verder te leren. Mijn droom was altijd geweest ingenieur te worden, dus bezocht ik het avondlyceum.  In 1969, nadat ik geslaagd was, schreef ik mij in bij Bouwkunde aan de universiteit in Delft en meldde mij aan als lid bij de progressief bekend staande studentenvereniging Sint Jansbrug. Als introducé van het bestuur ben ik aangenomen en heb als enige meisje meegedaan aan de groentijd.
Bouwkunde beviel mij niet erg, in december ben ik overgestapt naar Civiele Techniek. Dat was in die tijd nog een mannenbolwerk, op de 2200 studenten waren er 7 meisjes, waarvan in mijn jaar 4. De studie bracht mij precies wat ik wilde en ik heb de studie met succes voltooid. Nadat ik -tegen de zin van de TU – (meisjes moesten praktisch werk in Nederland doen) mijn praktisch werk in Israël heb verricht, heb ik nog naast de studie een aantal jaren Hebreeuwse les gevolgd. Een goed tegenwicht voor alle techniek.
Vanaf mijn 14e had ik baantjes, omdat ik mijn studie zelf wilde betalen. Verder ben ik o.a. student-assistent geweest,  werkte lange tijd bij Revalidatiecentrum Delft als receptioniste en als managementassistent bij TNO Instituut voor Wegtransportmiddelen. Tijdens mijn studie zag ik veel bedrijven in en om Delft van binnen.

 Ik trouwde in 1972 en we kochten een huisje in het Westerkwartier. Het was er gezellig wonen totdat …wethouder Hans Reijnen de buurt wilde slopen. We hebben een actiegroep opgezet en vereniging eigenaren bewoners en ons geweerd in de strijd en gewonnen.

Na mijn afstuderen ben ik gaan werken op de Oude Delft bij een ingenieursbureau dat onderdeel was van PRC. Een leuke baan, waar ik mij bezighield met de voorbereiding om te komen tot realisatie. Het betrof academische ziekenhuizen, het Deltaziekenhuis in Rhoon, instellingen van het Antroposofisch Verbond en de nieuwbouw van het GEB Utrecht.  Door dit laatste project vroeg men mij voor de functie van Hoofdingenieur in algemene dienst bij de ROVU. Alle projecten waarvan niet duidelijk was waar ze in de organisatie thuishoorden, kwamen op mijn bordje en daarnaast deed ik interim klussen.  Zo heb ik mij beziggehouden met de realisatie van Stadion Galgewaard, de komst van de Bijenkorf naar Utrecht e.d..
In 1984 werd onze eerste dochter geboren en ging ik deeltijd werken in Utrecht. In 1985 verwachtte ik ons tweede kindje, toen mijn man mij verliet. Tijdens mijn zwangerschap veranderde ik van baan en werd organisatieadviseur bij de gemeente Delft. Ik had het geluk dat  de gemeente in 1986 een kinderdagverblijf opende.  Mijn hart lag bij de  “harde sector” en in 1988 – in eerste instantie tegen de wens van de organisatie in- werd ik benoemd als directeur Stadsontwikkeling. Ik heb van dit werk genoten en deze functie bekleed tot 2000 toen er een nieuwe organisatiestructuur kwam. 
Hoewel mijn voorganger een nota maakte voor de Raad “De stad is af”, is er in die 12 jaar hard gewerkt door de organisatie van Stadsontwikkeling. Zo is tramlijn 1 doorgetrokken naar TanthofWest, de HOB-baan aangelegd naar Tanthof Oost, zijn alle parken gerenoveerd. Er werd een nieuw gebouw voor de dienst gerealiseerd, een plan gemaakt voor parkeren langs de randen van de binnenstad en het autoluw maken van de binnenstad. We zijn er in geslaagd na hevige strijd het spoortraject, viersporig spoor ondergronds te brengen. Grote bouwlokaties werden opgeleverd. Vanuit de gemeente heb ik me beziggehouden met de herontwikkeling van de TU-gebouwen en de Campus en ook DSM. Bij al deze processen was veel inspraak van bewoners nodig en heb ik erg veel gehad aan de ervaring opgedaan in het Westerkwartier. Na 2000 als directeur Programma’s en projecten, behield ik taken als het realiseren van het ondergrondse spoor Delft evenals het accountmanagement naar de TU en DSM. En last but not least, het organiseren van het Delftse deel van de drie bijzettingen van leden van het Koninklijk Huis en het organiseren van het huwelijk van Mabel en prins Friso. Het heeft Koningin Beatrix dan ook behaagd mij Ridder in de Orde van Oranje Nassau te maken.

Naast mijn werk heb ik vele bestuursfuncties bekleed en allerlei vrijwilligerswerk gedaan. Het verbreedde mijn blik. Ruim 12 jaar maakte ik deel uit van het bestuur van het Zuid Hollands Landschap, eenzelfde periode bij RIAGG/JORIS waarin de fusie tot GGZ Delfland tot stand kwam en wat kleinere stichtingen. Verder ben ik  nog commissaris van de Woningcorporatie Wonen Midden Delfland geweest. Sinds mijn afscheid van de gemeente in 2010 werk ik als vrijwilliger voor Erfgoed en de laatste jaren bij het Prinsenhofmuseum.

Edith Bijleveld-van der Hoeven